Wat zijn het toch bijzondere dagen. Gisteren de vrienden die vanuit Limburg komen reizen met het risiko dat ik maar kort aanspreekbaar ben. Vandaag Jesper die zich komt laten feliciteren en zijn vader die er gewoon na al die tijd weer zit en vertrouwd is. Telkens wel een dochter die lieve dingen zegt en doet en zorgen van Herman overneemt. Een hele lieve brief bij de post van een nichtje. Vriendin Nel die komt, zodat Herman bij het verjaardagseten van zijn kleinzoon kan zijn. Vriendin Hennie die, terwijl ik slaap een doosje tic-tac neerlegt. Vrienden uit Leiden die een poosje bij m’n bed komen zitten.

Ontroerend vond ik dat vandaag drie mensen mij, onafhankelijk van elkaar, rechtstreeks vroegen hoe ik denk over doodgaan en wat ik daarna verwacht. Om precies te zijn stelde één de eerste vraag en twee de laatste.

Ik heb verteld over het proces van afstand nemen dat ik nu ervaar. Loslaten is een beter woord, afstandelijk is het zeker niet. Het verdriet van de mensen die mij lief zijn is pijnlijk om te zien, tegelijk heb ik nu nog een aandeel in de verwerking door er zo open mogelijk over te zijn.
Ik betrap me erop dat ik andere dingen schrijf dan ik gezegd heb. Geeft niet, het is allebei waar.

Over mijn verwachtingen na de dood kan ik kort zijn. Ik schreef aan een dierbare oude Jezuïet:
“Mijn geloofsbelijdenis wordt steeds korter. Ik geloof dat ik terug zal keren in de eenheid waar ik uit voortkom en waar ik nooit uit weg ben geweest. Het leven van alledag belemmerde het zicht op die eenheid nogal eens”.

Een mooie dag met diepgang. Zo wil ik er nog wel een paar.