Herman liep gisteren de slaapkamer in en vertelde over iets dat in november te doen zou zijn. Hij hield op met praten en keek mij aan. We dachten waarschijnlijk allebei hetzelfde. November is te ver weg, we hebben geen idee hoe de situatie dan zal zijn. Momenten die er tegenwoordig wel vaker zijn, beetje pijnlijk. Schieten de tranen ons in de ogen of lachen we erom?

Ik zei: “Wie dan leeft, wie dan zorgt”. Een gewone standaardopmerking maar die nu ook wel heel letterlijk waar is. Ons gedeelde plezier in taal maakte dat we moesten lachen. Nou, glimlachen in ieder geval.