Voorafgaande aan de crematie was er een kort samenzijn van vooral familieleden van Piet. Terwijl wij de voorname ruimte waar de kist-met-bloemen stond betraden hoorde ik Mozart al: het grootse en symfonische pianoconcert nummer 21 (KV 467) uit 1785. Mozart weet mij dikwijls diep te raken; zelfs Bach kan Mozart niet overtreffen als het gaat om de grote rijkdom aan emoties. Maar wat een sprankelend, kristalhelder, tegelijk subtiel en kordaat spel tussen piano en orkest had kunnen zijn werd vermorzeld onder het geweld van het volume van de weergave en het naar mijn gevoel te hoge tempo. Subtiele nuances, ragfijne melodische wendingen gingen onder dit geweld verloren.

Een man in een stemmig zwart pak filosofeerde hardop over het leven, de dood en de vraag naar de zin van beide. Hij deed zijn best om te verbloemen dat hij zijn standaardverhaal voorlas, voor de zoveelste keer. Ik vermoed dat hij een zo neutraal mogelijke bespiegeling wilde. Maar volgens mij kan dat niet: de vragen naar de zin en zeker de eventuele antwoorden op die vragen veronderstellen immers een religieuze of levensbeschouwelijke context. ‘Zin’ is niet los verkrijgbaar.
Zijn bespiegeling kan bij iedere crematie- of begrafenisplechtigheid worden gebruikt. Wat een voordeel is, maar een nog groter nadeel: het ging niet speciaal om Piet.

Zijn dochter Ellen, tot tranen toe bewogen, beschreef een treffend en liefdevol portret van haar bijzondere vader, een bijzondere neef van Aaltje. Iemand die volop kon genieten van de grote rijkdom aan kunst en cultuur op het gebied van theater, cabaret, muziek en literatuur. Zó heb ik Piet vooral leren kennen, in 1961: vol enthousiasme, bij tijd en wijle neigend naar overdrijving. Althans in mijn beleving. Zijn grootse verhalen betekenden voor mij een nadere kennismaking met het Amsterdamse culturele leven, maar ook met Aaltjes kunstzinnige familie van vaderszijde. Vertederend was de manier waarop Ellen vertelde over de wijze waarop Piet zijn kinderen heeft opgevoed: ‘niet volgens de boekjes.’

Het muzikale intermezzo, naar Ellen mij later vertelde een eigen keuze van Piet, is een vast onderdeel van de katholieke uitvaartmis, het Requiem. Met dit lied wordt de overledene uitgeleide gedaan, een lied met een veelzeggende tekst. Hier in vertaling: Mogen de engelen u geleiden naar het paradijs, mogen de martelaren u bij uw aankomst ontvangen en u binnenleiden in de heilige stad Jeruzalem. Moge het koor van de engelen u ontvangen en moge u de eeuwige rust hebben.
Wij werden uitgeleide gedaan met de ‘Vier letzte Lieder’ van Richard Strauss uit 1947. Ook door Piet uitgekozen; deze liederen staan in het teken van rouw. Ze kunnen worden beschouwd als een persoonlijke terugblik op het eigen leven.

Deze thema’s van deze zorgvuldig uitgekozen muziekwerken spelen nu voor mij een belangrijke rol, meer dan ooit. Een dierbare uitleiden én door engelen laten binnenleiden. Met tal van emoties. Maar gelukkig samen met veel lieve mensen.