Gisterenochtend was Herman ziek: duizelig, misselijk, diarree. Geen sprake van dat hij auto kon rijden naar het ziekenhuis. Het bloed prikken kon nog wel even uitgesteld worden en de afspraak met de psychologe kon ik natuurlijk afzeggen. Tenzij er iemand anders kon rijden. Annemieke gebeld en die kon en wilde ook. De vraag was of ze mee zou gaan naar de psychologe of dat ze op mij zou wachten. Ik vond het prettiger als ze meeging en zij gelukkig ook.

Het was een prettig gesprek, mevrouw Berlet had ook ruim belangstelling voor de positie van Annemieke. Voor mij was het in principe een afsluitend gesprek, maar ze liet ruimte voor de kinderen om te komen als ze dat wilden en natuurlijk voor Herman. Ze vroeg mij om Herman uit te nodigen om haar zijn verhaal te komen vertellen als alles achter de rug is.
Wij komen toch wel heel veel prettige mensen tegen in de gezondheidszorg. Mensen ook met een ruim aanbod, vaak meer dan we van ze verwachten.

Thuis ging Herman ook net weer wat eten. We zaten aan de lunch toen Tineke kwam. Uitgelegd dat we allebei moesten rusten. “Dan doe ik meteen even de slaapkamer en dan blijf ik beneden werken totdat jullie weer wakker zijn”, zei ze en liep meteen met de stofzuiger naar boven. Tineke heeft zo haar plannen met dit huis, maar gooit die ook net zo makkelijk om als het moet. Ook met Tineke hebben we het getroffen. We hebben tot kwart voor drie geslapen. terwijl er druk, maar zachtjes, gepoetst werd beneden.

Herman is inmiddels weer wat opgeknapt. Het was wel even schrikken. Er komt toch wel heel veel op Herman neer, die moet wel graag gezond blijven.