Vanmorgen ben ik naar de huisarts geweest. De redenen waren dat ik me af en toe een beetje duizelig voel, niet zo goed slaap en vooral dat mijn gewicht 60 kilo is. Bij een lengte van 183 cm betekent dat laatste ‘ondergewicht’. Mijn huisarts heeft mij gerust kunnen stellen: in mijn situatie zijn deze verschijnselen niet ongewoon. Zijn belangrijkste advies is: volle melk drinken en lekkere roomsoezen eten. En roomboter in plaats van margarine op brood.
Ik weeg mezelf zelden. Dat ik dat gisteren wél heb gedaan komt doordat Marijke mij vroeg of ik was afgevallen. Ja dus.

Juist voor de komende tijd is het van belang dat ik in een optimale lichamelijke conditie ben. De huisarts adviseerde mij ook meer tijd voor mezelf te nemen. Ik wil er graag bij zijn als we bezoek ontvangen, maar juist dán kan ik iets voor mezelf gaan doen. Aaltje en ik hebben afgesproken dat ik de woensdagmiddag ‘vrij’ neem, als Tineke het huis poetst. Ik wil overmorgen naar het Mauritshuis in Den Haag, een tentoonstelling van vroege werken van Johannes Vermeer. Dat is vlak bij het Binnenhof, de plaats waar nu elementaire waarden dreigen te worden verkwanseld. Ook op dát gebied zal ik het wat rustiger aan gaan doen.

Aaltje schreef al over de geleidelijke overgang van de ene fase naar de volgende. Lezen gaat moeilijker en houdt Aaltje niet lang vol. De trap oplopen gaat moeizaam. Het innemen van medicijnen moet overdag elke vier uur. In onze wekker zit een CD met de Goldberg Variaties van J.S. Bach; zodra de eerste tonen van dit prachtige werk voor piano klinken wordt er door Aaltje actie ondernomen. De medicatie vergt aanhoudende zorg, dag in dag uit.

De medische stand heeft het maar druk met ons. Liesbeth is nog in het ziekenhuis; zij loopt al met een looprekje. Toen Aaltje vanmorgen belde kwam er net een fysiotherapeut. Het breken van een bot in haar bovenbeen heeft direct gevolgen voor haar hele lijf. Eric toont zich een liefdevolle en behulpzame partner.