Annemieke zei: “Je hoeft alleen maar te zeggen dat je een hoog-laagbed beneden wilt hebben en dan komt het er”. Ja, dat weet ik ook wel, maar bij overleg lijkt het nog alsof de huisarts kan zeggen dat het voorbarig is. Dat ik straks weer gewoon traploop en dat dat bed dan alleen maar in de weg staat.
Zo gaat het niet, de meeste stapjes achteruit zijn blijvertjes. We wennen er hooguit weer aan en noemen dat ‘stabiel’.
Dus maar liever een bed beneden met het risico dat ik het nog niet zoveel ga gebruiken.

De tweede stap die we gezet hebben is dat we een afspraak hebben gemaakt met een uitvaartondernemer. We kregen van onze pastor iemand aanbevolen, een vrouw die nog niet zo lang een eigen uitvaartonderneming heeft. Hij had prettig met haar samengewerkt. Ze komt woensdagochtend en Mark bood aan daar ook bij te zijn.
Herman is terecht bang dat hij in een toch al zware tijd heel veel beslissingen moet nemen over dingen waar hij weinig vanaf weet. We kunnen met haar, Thea Dijkstra, ook bespreken welke dingen we al vooraf kunnen doen en beslissen.

Ik ben al bezig geweest het adressenbestand te schonen. Mark kwam erop dat de kinderen ook een aantal kaarten willen versturen naar hún vrienden. Er moet nu al vrij aardig een schatting te maken zijn van het aantal kaarten. Over de tekst kan je ook beter in alle rust de gedachten laten gaan en zo is er natuurlijk meer. Ik vind het ook wel prettig om er nog bij te zijn. Het is vooral hún afscheid, maar bij twijfel kan ik misschien net een duwtje geven.

We gaan gewoon door met wat mogelijk is op tijd te doen. We worden daar goed in.