Het valt me op dat mensen tegen me zeggen: “Het is een eenzaam proces waar je in zit”. Ik was er zelf nog niet opgekomen en vraag me nu dus af of dat wel zo is. Ik voel me in geen enkel opzicht eenzaam. Hooguit als ik niet goed duidelijk kan maken waar ik last van heb. Ik wil dan zo goed mogelijk overbrengen wat er aan de hand is, zodat de ander mij kan helpen. Inmiddels weet ik dat die duidelijkheid maar betrekkelijk is. De arts die naast m’n bed zit kan ook niet weten wat er zich van binnen afspeelt en zijn oplossingen zijn doorgaans de lapmiddelen die ik al in huis heb. Ik ben overigens altijd blij als hij er zit, maar dat heeft niet met eenzaamheid te maken. Hij bevestigt wat ik al weet.

Er is wel veel geschreven over doodgaan en stervensbegeleiding, maar volgens mij niet zoveel over het langzame proces van aftakeling waar ik nu in zit. Of er is wel over geschreven, net als ik nu doe, maar kun je het je gewoon niet voorstellen. Ik liet waarschijnlijk de tekst van – of over  – een ander ook niet tot me doordringen.
Bedoelen ze dat als ze het over eenzaam hebben, dat je anderen niet duidelijk kunt maken wat je meemaakt, wat je werkelijk beleeft?

Maar dat is toch de eenzaamheid die het hele leven eigen is? Je gaat toch altijd je eigen weg, het is toch nooit mogelijk je motieven en diepste drijfveren over te brengen? Elkaar ten diepste begrijpen is een illusie.

Misschien voel ik me niet eenzamer dan eerst, misschien wist ik al veel langer dat leven een eenzaam proces is. Dat is geen drama, dat is een gegeven. En omdat het voor iedereen geldt, schept dat weer een band.

Dinsdagmorgen, ochtendfilosofietje.