Gisterenmiddag kwam de huisarts, Herman had hem ’s morgens een mailtje gestuurd dat het niet goed ging. Toen hij kwam was ik al uitgehuild en zat ik Lode voor te lezen. Ik  zei tegen hem dat de medische noodzaak voor het bezoek ontbrak, maar dat ik erg blij was dat hij er was.

We hebben het vooral gehad over de teleurstelling van het effect van de drainage. Hij vond tweeëneenhalve liter vocht veel, ze doen nooit meer dan drie liter. Dat het zo weinig helpt komt vermoedelijk doordat er ook een tumor zit. Stom dat ik er bij de radiologe niet naar gevraagd heb.  Zij had me dat waarschijnlijk zo kunnen vertellen (en laten zien).  Aan een tumor  is niets te doen, bestralen kan niet in de buik. Het maakt waarschijnlijk  dat ik nog steeds zo gauw vol zit met eten en drinken.

Gisterenavond had ik de tweede helft van een slaatje opgegeten, lekker. Nog een half kopje thee erbij om de pillen weg te krijgen. Het heeft úren geduurd voordat het volle gevoel weg was. We zijn nog maar even naar buiten gegaan met de rolstoel.

Nog kleinere beetjes eten dus. We hebben een of ander versterkend poedertje om erdoor te gooien. Het smaakt naar niks maar maakt dat ik wat aansterk.

Afspraak voor in huis: Ik zeg geen “sorry” meer als ik een boer laat, het is voor mij namelijk zó opluchtend en prettig. We zijn dus terug in het stadium van: “Goed zo”, als er een boertje gelaten wordt.