Wat is het toch lastig om gewoontedingen een beetje anders te gaan doen. Het was me vanmorgen gelukt om de inname van de ochtendmedicijnen weer uit te spreiden over twee uur, maar daarna at ik toch te snel een toastje en zit ik toch weer een poosje vol. Ik moet nog één pil in een half glas water, die stel ik maar even uit.

Hetzelfde geldt voor het voorkomen van vermoeidheid. Ik kon vorige week nog veel meer dan nu. Ik moet mezelf dus op een veel trager tempo zetten. Eerder aan bezoek melden dat het óp is. Eigenlijk geen twee dingen tegelijk doen. Bezoek is inspanning en uit bed zijn ook. Ik vind het gezelliger om met bezoek in de kamer te zitten, maar dat is dan teveel. Als ik in de kamer wil zitten kan ik dat beter doen als we met ons tweeën zijn.

Gisterenavond ook nog een poosje naar buiten geweest in de rolstoel, dat lijkt mij niet vermoeiend. Het is het toch wel, ik zie van alles, wil de route bepalen en kom doodmoe thuis.

De voorspelling van de huisarts klopt dus ook, dat de vermoeidheid toe zal nemen.