Het valt niet mee om te wennen aan dit soort vermoeidheid. Het is er maar kort niet. Als ik ’s morgens wakker word en ik heb redelijk goed geslapen ben ik toch nog wel moe. Bovendien begint dan meteen mijn getob met alles wat naar binnen moet en hoeveel tijd ik daarvoor neem. Als ik het goed verdeel val ik, na de eerste pillen ook wel weer een uur in slaap. Dat helpt een beetje.

Als ik ’s middags echt goed slaap, zoals gisteren anderhalf uur, voel ik mij wel even uitgerust. Margo gevraagd om met mij naar het dorp te gaan. Zelf een nieuwe leeslamp voor naast m’n bed gekocht. De keuze was niet ingwikkeld, er kwam er precies één in aanmerking. Maar het is gelukt en ik was een poosje buiten.

Om niet steeds heel teleurgesteld te zijn dat ik dingen niet kan, moet ik mij maar instellen op de vermoeidheid als blijvend. Wel genieten natuurlijk als het er even niet is. Ik ben toch geneigd om te verwachten dat uitrusten helpt bij vermoeidheid. Ik heb zo’n vermoeidheid  ook wel eerder meegemaakt na ziekte, maar dan was er de wetenschap van tijdelijkheid, ook al was dat soms moeilijk te geloven. Wat nu deprimeert is dat het zo verder zal gaan.

Ik kan mezelf niet zo goed meer iets wijsmaken en af en toe is dat jammer.