De vergelijking dringt zich aan mij op met iemand die dementeert en dat zelf beseft. Ik had mij wel een voorstelling gemaakt van grote vermoeidheid en weinig of geen eetlust, maar op een of andere manier had ik me niet gerealiseerd dat ik me dat zo bewust zou zijn. Ik had meer een voorstelling van grote apathie. Nu wil ik nog dingen, ben nog geneigd om me overal mee te bemoeien, wil ik oplossingen bedenken. En dan loop ik tegen mijn grote onmacht aan.

Mijn acceptatievermogen laat me nu ook in de steek. Als het me zou lukken, zoals voorheen, om de situatie te nemen zoals die is, was ik een stuk beter af. Het gaat nu ook te snel om er weer aan te wennen.

Wat ik zou kunnen doen is de medicatie verhogen en daardoor meer slapen, maar ik ben bang dat de perioden tussen het slapen in dan nog zwaarder zullen zijn dan ze nu al zijn.

Lichtpuntje: eten gaat wat beter. Ik eet zo’n vijf à zes toastjes met garnalensalade op een dag en vandaag zelfs twee met zoute haring. Het opgeblazen gevoel is iets minder, onder andere door Rennie Deflatine. Ik beperk mij tot halve kopjes thee en als ik daar lang genoeg de tijd voor neem gaat dat ook wel goed.

Energie is op, ik houd het ook maar bij kleine stukjes schrijven.