Naast ons is een buurmeisje geboren. Ze woont met haar pappa en mamma nog zolang bij opa en oma. We leven als buren dus al een poosje mee en zij met ons. Dat is toch mooi dat we in een straat leven waar we zulke dingen nog van elkaar weten. Een gewone straat waar mensen geboren worden en dood gaan. En bovenal waar betrokkenheid is.

De ruime tijd voor de medicijnen die ik nu ’s morgens neem, heeft effect. Ik verdeel het over twee/drie uur en slaap tussendoor nog een poosje. Ik neem ook maar een oxazepan extra omdat die de spanning wat wegneemt. Ik neem er nu trouwens nog pas drie op een dag, volgens kenners zit ik laag met de medicatie.

Gisteren is het noodpakketje gekomen. De dingen die ik kan nemen bij heftige pijn voordat de dokter er is. Met Mark samen alles opengemaakt en gebruiksklaar neergezet. Dat was maar goed ook want ik kreeg het met geen mogelijkheid open. De bescherming van kinderen gaat zover dat de patiënt er ook niet meer bij kan. De belangrijkste is een neusspray. Via de slijmvliezen schijnt iets snel opgenomen te worden. Verder nog twee soorten pillen waarvan één een zware slaappil.

Het noodnummer om de huisarts op te piepen hangt in het zicht, het noodpakketje staat klaar, het geeft wel een rust. De huisarts mailde trouwens ook nog dat het allemaal nog heel anders kan gaan. Liever op teveel voorbereid dan op te weinig.

Annemieke loopt alweer te zorgen beneden, ik bof toch maar.