Al enige tijd eet Aaltje, verspreid over de dag,  toastjes met garnalensalade.  Terwijl ik op de gebruikelijke tijden aanzit aan tafel.  In zekere zin leven we dus al enige tijd    gescheiden van tafel.   Vanaf morgen zullen we ook gescheiden van bed  leven. Aaltje slaapt dan in een hoog-laagbed, ik in een logeerbed ernaast.   We leven dus anders dan de afgelopen bijna 48 jaren. In onze toenmalige caravan was ons samenzijn volmaakt: ’s nachts diende de tafel als bed, de meest vergaaande vorm van vereniging van tafel en bed.

Hoewel van tafel en bed gescheiden zijn onze levenswegen nog steeds onontwarbaar met elkaar verbonden, zowel op relatief goede momenten als bij dieptepunten. Ik kan intens genieten van Aaltjes sprankelende gesprekken met mij, met onze kinderen en met bezoekers. Wat dat betreft heeft Aaltje nog niets van haar glans verloren. Ongemerkt vloeien in die gesprekken serieuze onderwerpen over in relativerende, speelse invallen. En omgekeerd.

Maar dat is niet het hele verhaal. Steeds vaker overvalt mij  (en Aaltje) een heel verdrietig en machteloos gevoel. Slechts met veel moeite lukt het mij dan om niet ondergedompeld te blijven in verdriet, en om mij over te geven aan wat nu eenmaal onafwendbaar is. Dat hou ik vol totdat de volgende impasse zich aandient.

Wat mij overeind houdt zijn de duizenden zeer dierbare herinneringen aan ons samenleven van de afgelopen halve eeuw. Met als hoogtepunten de geboorten van onze kinderen die ons nu met zo veel zorg en liefde verwennen.