Vanaf gisterenavond steeds een enorm gerommel in mijn buik, dankzij de pillen slaap ik er telkens wel doorheen. Af en toe diarree. Nu gaat het wel weer, alleen moe en slap.

In mijn ontspannings-fantasieën is een paard opgedoken en later ook een hond. De hond is Beertje, de hond die we hadden toen ik kind was. Ik heb een soort waranda in een prachtig landschap. Als ik me voorstel daar te zijn, is de situatie altijd anders. Paard en hond zijn bij mij onder het afdak of rennen door het omringende land. Beertje komt altijd meteen naar me toe als ik er ben, wil begroet worden. Het paard is afstandelijker, knikt hooguit met haar hoofd naar mij. Mijn fantasie reikt niet zover dat ik over mijn beperkingen heen kan stappen en vrij paard kan rijden. Ik heb wel een opstapplek, maar meer dan een stapvoets rondje durf ik niet aan. Beertje loopt dan, steeds achterom kijkend, voorop.

Er is ook nog een wit paard, dat is van de wijze man in het bos. Het laat zich af en toe zien in de verte. Ik denk dat het met de dood te maken heeft.

Mijn fantasieën zijn waardevol voor mij. Ik kan ze starten, maar ik kan er niet veel invloed op uitoefenen. Meestal val ik  middenin in slaap en ook dat is waardevol.