De laatste tijd moet ik vaak denken aan het boek ‘De Tijgerkat’  van Guiseppe Tomasi de Lampedusa. De schrijver heb ik natuurlijk even opgezocht want zo uit mijn hoofd wist ik dat niet meer. Wat wel in mijn hoofd zit is de beschrijving van de dood van de hoofdfiguur Don Fabrizio. Zijn stervensproces speelt zich af terwijl hij onderweg is naar huis, naar Sicilië, nadat hij tevergeefs geprobeerd heeft genezing te vinden bij een arts in Italië. Hij sterft in een hotel niet ver van zijn huis

Wat maakt dat het mij telkens door het hoofd speelt is de beschrijving van zijn wegvloeiende krachten en de verminderende aandacht voor wat er om hem heen gebeurt. Het leek mij toen ik het las een soort persoonsverandering, haast wat onwaarschijnlijk. Zo langzamerhand begin ik het te herkennen. Zelfs mijn bemoeizucht neemt af, hoewel dat in mijn directe omgeving nog niet heel erg opvalt. Ik hoef niet meer naar beneden of naar de tuin en al helemaal niet naar het dorp. 

Het duidelijkst neemt mijn energie af, alles kost moeite. Genieten is liggen zonder pijn en zonder vervelende hoest. Zo gaat dat dus, zo vloeit leven weg. Ik vind wel dat het èrg langzaam gaat, dat vond ik van Don Fabrizio en dat vind ik nu van mijzelf. Ietsje vlotter mag ook wel, nu het toch alleen maar achteruit gaat

Waar ik me nog wel mee bemoei is het aangeven van mijn eigen behoeften. Ik had het eerst als overbodig bestempeld maar ik denk nu dat ik toch een papegaai nodig heb om me aan op te trekken. De boodschap is overgekomen en het zal wel in orde komen