Ik kan wel verlangen naar de dood, maar zolang ik me nog druk maak over van alles gebeurt dat niet. Zolang ik me in de kussens laat hijsen om dit moeizame stukje te schrijven in plaats van om apathisch voor me uit te staren, leef ik nog.

Er is geen keus, per dag verschuift de relatie tussen leven en dood een klein stukje.

De wijze man en vrouw uit mijn fantasie hebben inmiddels ook toegegeven het niet te weten. We hadden een mooi gesprek. Ik verweet de man een datum gesuggereerd te hebben. Hij was niet gekwetst maar legde uit dat de vrouw en hij producten waren van mijn fantasie en dat ze dus alleen mijn eigen wijsheid konden weergeven. Om die wijsheid zuiver te houden van ‘wishfull thinking’  is mijn eigen taak.