Nooit eerder in mijn leven was er zo’n groot verschil tussen wat ik zou willen en wat er in feite gebeurt: in plaats van ‘samen oud worden’  gaat Aaltje mij binnen afzienbare tijd ontvallen.  Maar ook binnen de gegeven omstandigheden dringt zich het begrip onwezenlijk aan mij op.  Gisteravond had ik afscheid van haar genomen en vanmorgen,  in één van de momenten waarop ze even uit haar slaap ontwaakte, vroeg ze mij of ik de krant al uit had.   Ze herkende me dus en besefte dat het ochtend was.

Margo heeft rond acht uur gebeld: haar werd verteld wat zij moest doen om de dosis te verhogen en daarmee Aaltje in een diepe slaap te houden.

Ik leef in een tussentijd:  Aaltje is er nog wel, maar eigenlijk ook niet meer.  Behalve dan vanmorgen tussen 7  en 8 uur, toen ze mij een paar keer hulpeloos aankeek en probeerde iets tegen me te zeggen.  Zij probeert vastzittend slijm eruit de hoesten (althans dat heb ik van de dokter begrepen), maar is daar nu eigenlijk te zwak voor.

Net voor  7 uur wilde ze opstaan en zei po-stoel.  Ik riep Margo en de nachtbroeder erbij, die haar kalmeerden. En haar duidelijk konden maken dat het vocht nu op een andere manier haar lichaam verlaat.

Annemieke is net binnengekomen.  Zo zoeken we troost bij elkaar. Zij had per mail een tekst gestuurd aan mij en de andere kinderen over verdriet. De kern daarvan is “De enige weg voor verdriet is er dwars doorheen. Verzet tegen de pijn van het verdriet versterkt die pijn. Probeer juist weg te zinken in je verdriet.”   Dat vind ik ook.   Ik probeer wel mijn verdriet zoveel mogelijk met anderen te delen.  Gelukkig zijn er lieve anderen om mij heen. En  ik bij die anderen.  Zo gaan we  hopelijk samen dwars door het verdriet heen. En maar afwachten hoe het verder gaat………..