Deze dagen zijn hectisch.   Ik wil het liefst met mijn kinderen, Margo en andere goede vrienden en vriendinnen samen zijn, maar telkens opnieuw word ik eruit gerukt omdat er zaken besproken, beslist of uitgevoerd moeten  worden. Dat geldt trouwens ook voor mijn kinderen en voor Margo, die bovendien ook hun eigen leven hebben. Ik realiseer mij heel goed dat het niet anders kan. En misschien is het ook maar goed dat ik word geconfronteerd met de harde noodzaak dat ik niet in mijn intense verdriet kan blijven hangen en dat het leven verder gaat.

Verdriet kun je maar het beste delen met de mensen die ook heel verdrietig zijn. Vandaar dat ik graag over Aaltje schrijf en jullie, bekende en onbekende ‘bezoekers’ van Aaltje’s Blog,   daarmee deelgenoot maak van mijn gevoelens. Maar ook van mijn ontelbare dierbare herinneringen aan Aaltje.

Waar Aaltje was, daar gebeurde  wat.   Het was, waar Aaltje was,  nooit saai maar vrijwel altijd gezellig en ontspannen. Serieus en lichtvoetig tegelijk.  Ze was heel open en nam geen blad voor de mond.  Ik heb dat bijzonder in haar gewaardeerd. Haar openheid en directheid werden niet altijd door iedereen in gelijke mate gewaardeerd.  Aaltje kon uitdagende opmerkingen maken, niet om te confronteren maar als noodzakelijke weg naar waar het om gaat in dit aardse leven.

Aaltje had een sprankelende geest, altijd op zoek naar meer levenswijsheid, maar dan wel als ’t even kan op haar eigen luchtige manier.   Ze manupileerde mij nooit, speelde geen spelletjes maar open kaart.  Ze paste geen trucs toe.  (Behalve dan in de aanloop van 5 december en van mijn verjaardag). Ik kon blind op haar vertrouwen. En dat deed ik dan ook.  

Vertrouwen,  het is een gemeenplaats maar dan wel een  die heel precies onze verhouding weerspiegelt.  Dat volkomen vanzelfsprekende vertrouwen en vertrouwdheid, op alle gebieden van ons samenleven, dat hebben wij als het meest waardevol gevonden.   We waren gewoon hele goeie maatjes, ook al hadden we allebei daarnaast ook onze eigen interesses,  bezigheden en persoonlijke contacten.

Waar Aaltje was, daar was altijd wel wat te beleven. Ook als we rustig zaten te ontbijten, ook als we in elkaars nabijheid met totaal verschillende dingen bezig waren. Dat ‘beleven’ wilde gelukkig niet  zeggen dat er voortdurend werd gepraat. Of gepraat moest worden.  Stiltes waren niet ongemakkelijk maar heilzaam. Als iets letterlijk vanzelfsprekend is, dan is spreken overbodig en zelfs storend.  Er was, jaren geleden, een TV-reclame met onder meer de tekst van een al wat oudere,  deftige Britse dame: my second husband talked too much. 

We hebben heel veel uren samen in zo’n weldadige stilte doorgebracht. Natuurlijk vooral thuis, zeker nadat wij beiden niet meer werkten. Maar ook onderweg, wandelend, fietsend,  met auto en caravan en later met ons campertje. Héérlijk, samen genieten van wat er aan ons voorbij trok, reizend langs ‘s Heeren wegen in Europa en Allah’s wegen in Marokko.  Die prettige  gevulde  stilte werd slechts af en toe doorbroken door een rake, grappige opmerking over wat Aaltje met haar buitengewoon scherpe opmerkingsgave zag. Waar veel andere mensen achteloos aan voorbij zouden gaan daar zag zij een aanleiding voor een diepzinnige bespiegeling of een sterk verhaal.   Dat bepaalde dingen, op zichzelf bezien, ook niet heel bijzonder waren was voor Aaltje geen enkel probleem: uit wat zij waarnam maakte zij met haar speelse en onuitputtelijke creativiteit een spannend of grappig verhaal.  Het gebruik van het stijlmiddel overdrijving schuwde zij daarbij niet.  Uit de gewoonste dingen, de meest triviale gebeurtenissen  schiep zij  een kunstwerk in woorden of in beelden.

Dat gold ook in toenemende mate voor haar leven. Ook daar probeerde zij een kunstwerk van te maken, al heb ik dat haar nooit met precies deze woorden horen zeggen. Maar wél met andere woorden waarin zij liet zien dat zij beschikte over een gave die je iedereen graag zou willen toewensen: levenskunst.