Aaltje ligt er mooi bij. Zeggen ze, de vele mensen die in de loop van de middag en vooral gisteravond ‘afscheid’ van Aaltje zijn komen nemen.

Het was een mooie ervaring: mensen  die elkaar niet kennen  en dus vreemden zijn voor elkaar, afkomstig zijn uit verschillende geledingen van de plaatselijke samenleving, familieleden van Aaltje en van mij uit andere delen van het land;   zij ontmoetten elkaar hier en raakten met elkaar in gesprek.    Want er is  natuurlijk wél iets wat ze bindt: de wens om afscheid van Aaltje te nemen.  En mijn kinderen en mij te omarmen, te troosten, sterkte toe te wensen.   

De afgelopen dagen hebben ook mijn kleine kleinkinderen afscheid van hun oma genomen.  De oudste is acht, de jongste vier. Mijn dochters vertelden mij dan hoe dat was geweest, hoe hun kinderen hadden gereageerd toen zij Aaltje opgebaard zagen liggen.  Ik was daar, jammer genoeg, niet bij.  De herinnering aan Aaltje wil ik levend houden door mij haar voor ogen te houden hoe ze eruit zag en wat ik aan haar beleefde toen zij nog leefde.  

Vanmorgen hebben we weer een gesprek met de pastor om de uitvaartdienst verder voor te bereiden. Veel is al voorbereid, vooral door Aaltje zelf.  Haar keuze van de lezingen en de liederen heeft zij, met de voor haar typerende, creatieve interpretatievrijheid,  heel helder  toegelicht.  We hebben ruime mogelijkheden voor een geheel eigen invulling. Omdat Aaltje dat wilde  zal  een ‘koor’,  dat speciaal voor deze gelegenheid is samengesteld uit leden van een – inmiddels opgeheven – plaatselijke basisgroep,  optreden als ‘voorzangers’.  In de hoop dat vele andere mensen mee zullen willen zingen. Vriendinnen van Aaltje zullen haar naar laatste rustplaats op aarde begeleiden, aangelokt door het fluitspel van Margo. 

Vanmiddag is er opnieuw een mogelijkheid om afscheid van Aaltje te komen nemen.  Maar in feite  ontvangen we vrijwel onafgebroken familieleden en goede vrienden.  Als wij nog in een bespreking zijn sluipen ze naar binnen en gaan hun eigen gang.

Het is hier dus dagenlang een komen en gaan, met mijn kinderen, Margo en mij als  ‘gastmensen’.   Ik ervaar dat als een warm  bad: veel lieve mensen om mij heen die hun best doen om mij te troosten.

Vanaf aanstaande maandag zal alles weer gewoon zijn, als alle drukte achter de rug is.  Dit dwaze denkbeeld doemde in mij op.  De werkelijkheid is natuurlijk dat mijn werkelijkheid vanaf aanstaande maandag juist totaal  anders zal zijn. En blijven.  Ons huis dat zo vertrouwd en behaaglijk aanvoelde zal leeg zijn.  Er zal, als ik er alleen zal zijn, een doodse stilte heersen.  Ik zal tevergeefs op Aaltjes thuiskomst wachten.  Nooit meer zal ze mij omhelzen als ik thuiskom, nooit meer…..