“Over de doden niets dan goeds”  is een reactie die heel typerend is voor Aaltje.  Als haar lof werd toegezwaaid, dan vertrouwde zij de oprechtheid daarvan alleen als die ook gepaard ging met wat minder vleiende opmerkingen.  Aaltje wilde zich niet de hemel in laten prijzen, terwijl ik dat nu juist wél wil. Ik bedoel, Aaltje zo hoog mogelijk de hemel inprijzen.     

Over alles wat er in de afgelopen halve eeuw tussen ons aan pijn en verdriet is geweest hebben we gepraat en hebben we ons met elkaar – en daardoor ook met onszelf – verzoend.

Typerend voor Aaltjes argwaan als zij weer eens flink in het zonnetje werd gezet was altijd dat zij je pas serieus nam als je ook gewoon vertelde wat je aan haar niet beviel.  De meeste mensen willen dat absoluut niet over zichzelf horen.  Soms waren mensen bang voor Aaltje, een enkele keer kon ze in discussies  fel uit de hoek komen. Zoals ik al eerder schreef: niet om te confronteren maar als noodzakelijke weg om te komen tot wat echt belangrijk is.

Voor mensen die in de komende dagen iets over Aaltje tegen mij of in het openbaar willen gaan zeggen, zou ik willen zeggen:  prijs haar alsjeblieft de hemel in. En over wat je in de toekomst over haar ooit zal gaan zeggen, bedenk dat Aaltje zelf verwacht dat zij vanuit haar huidige bestaanswijze heel mild over jou en mij zal oordelen. Als  zij überhaupt al zal oordelen.  Want als je echt álles weet en álles begrijpt dan kun je ook alles vergeven.  

Mensen die het beter kunnen weten dan ik beweren dat  “Over de doden niets dan goeds”  een onjuiste vertaling is van een heel oud Latijns adagium: De mortuis nil nisi bene. De juiste vertaling zou zijn: Over de doden moet er goed (op een juiste manier) worden gesproken. Over doden moet de hele  waarheid worden gesproken, en dus niet alleen de positieve kant ervan. Zo gezien houdt Aaltje zich precies aan de oorspronkelijke bedoeling van dit adagium. (Alléén voor fijnproevers: bij de vertaling is een bijwoord aangezien voor een bijvoeglijk naamwoord.)

Vanmorgen wordt Aaltje gekist. Ik zal daar zéker niet bij zijn. Ik neem mijn toevlucht tot vrienden hier dichtbij die mij met open armen als vluchteling zullen ontvangen. Heel lieve mensen zijn dat, die zich – God zij dank – helemaal niets aantrekken van het zich verhardende politieke klimaat van uitsluiting en afwijzing van mensen die een beroep op ons doen omdat zij op de vlucht zijn. Vandaag zal ik dus een tijdje voortvluchtig zijn.

Een kleine aanvulling op het bericht “Afscheid”:  ik bedoelde onze vier kleine kleinkinderen tussen acht en vier jaar. Dat heb ik inmiddels gecorrigeerd.