Dit verhaal over Aaltje en mij heb ik voorgelezen tijdens de uitvaartdienst.

Dit is leven”

Het gebeurde op 2 januari 1961, tegen de avond. Het was al donker. Ik was  net aangekomen bij de Volkshogeschool Geerlingshof  in het Zuid-Limburgse Valkenburg.  Vol verwachting was ik daar naartoe gereden. Ik was heel benieuwd met welke jongeren ik daar een hele week zou doorbrengen. Ik verwachtte een week vol gelovige bezinning, met veel  cultuur,  maar ook met ontspanning. De vormingsweek was georganiseerd voor lezers van een tijdschrift voor katholieke jongeren.

Ik liep de grote ontvangstkamer in en raakte meteen in gesprek met een pienter uit haar ogen kijkend meisje met een lieve en prettige stem. Op haar vraag wat ik zoal deed vertelde ik dat ik op een avondschool zat. Daar haakte ze onmiddellijk op in: :”oh wat toevallig” zei ze, “ik ook!” Heel spontaan en direct. Heel anders dan veel meisjes in die tijd. Die waren schroomvallig tegen wildvreemde mannen. Aaltje niet, zelfs helemaal niet. Het ijs was gebroken, er sprong meteen een vonkje over.  We hadden al iets gemeenschappelijks. Dat voelde meteen goed. Dat gevoel werd in de loop van de week alleen maar sterker: waar Aaltje was, daar was het gezellig, daar viel iets te beleven, daar kon je lachen. Maar vooral in gesprekken met de diverse sprekers sprong zij eruit: zij was het die de prikkelende vragen stelde, zij was het die de toon   zette voor interessante discussies. Jong maar dapper, nog maar 18 jaar.

Een van de sprekers was de toen bekende pater Piet Wesseling, die overal volle kerken met jongeren trok. Elke dinsdagavond was hij in het KRO-programma “Dit is leven” te horen.  Hij wilde dat de kerk zich  aanpaste aan de tijd. Aaltje was toen nog maar een paar jaar katholiek. Ze was het  helemaal eens met de grote Piet Wesseling: er moest puin worden geruimd. Het Tweede Vaticaans Concilie moest toen nog beginnen.  Maar  Piet Wesseling en Aaltje waren alvast begonnen met het opruimen van knellende dogma’s en benauwende moraal. Want die dogma’s en die moraal belemmerden het zicht op waar het echt om gaat voor mensen die geloven. Zij wilden volop ruimte en inspiratie is voor menswaardig leven.  “Dit is leven”  schreeuwde Piet Wesseling van de daken.  Jaren later ontmoetten wij Piet Wesseling opnieuw, nota bene hier in Voorschoten. Hij was  één van de degenen die ons bij elkaar had gebracht.   Dat wilden wij  met hem vieren, zowel in de aula als bij ons thuis. “Dit is leven” klonk het opnieuw: een leven door liefde met elkaar verbonden,  en gezegend met vier gezonde en levendige kinderen Mark, Annemieke, Liesbeth en Marijke.

Nog even terug naar 1961, naar Zuid-Limburg. Op het einde van de gezellige en inspirerende  week maakten Aaltje en ik  een lange wandeling door het  Geuldal in de vrieskou en het nachtelijk duister.  Het was midwinter, er was geen roos ontsprongen, maar er was wel af en toe maneschijn.  Deze  lange winterse wandeltocht langs de Geul was het begin van een hele lange tocht, die wij samen maakten in de afgelopen halve eeuw.  Soms met vallen en verwijten, met tij en tegentij, maar steeds weer gingen we samen welgemoed verder. Als pelgrims in den vreemde, niet altijd langs platgetreden paden en over gebaande wegen. Veel vaker gingen we waar geen weg was, steeds reikhalzend uitziend naar nieuwe vergezichten.  

Meteen nadat ik van die week in Geerlingshof thuis was gekomen schreef ik Aaltje een brief.  Was onze afsluiting van die week in Limburg  voor haar slechts een avontuur?  Of was er, zoals voor mij, méér gebeurd dan alleen maar een wandeling in het avonduur? Aaltje liet mijn brief aan haar tweede moeder lezen. Die zei toen: “Kind, huwelijken worden in de hemel gesloten”.  Met andere woorden: laat maar komen wat komt, als Herman en jij voor elkaar zijn bestemd dan komt het wel goed. Maar je moet wel met de genade meewerken. Dat deed Aaltje. De brief die ik toen van haar ontving was meteen raak. Aaltje kan schrijven, dat weet iedereen die haar brieven en haar weblog leest.

Ik wist het zeker: met Aaltje wil ik verder. Al snel daarna wisten we het allebei al zo goed als zeker: wij willen een gezin stichten. Anderhalf jaar lang hadden we een weekendverkering. Elke week schreven we elkaar minstens één brief.  Tijdens onze verkering hebben we hard gewerkt aan onze relatie. We lazen dezelfde boeken, zoals een  baanbrekend boek van  Kees Trimbos. Wij hebben ons intensief, serieus en met overgave voorbereid op ons huwelijk. We wilden allebei dolgraag kinderen, misschien wel zes. Aaltje groeide praktisch  als enig kind op en ik kom uit een gezin van negen kinderen. Ook in andere opzichten waren er grote verschillen: Ik ben grotendeels opgegroeid in een Hanzestadje aan de Gelderse IJssel, Aaltje aan de deftige Keizersgracht aan de voet van de Westertoren. Mijn vader was een  plichtsgetrouwe directeur van het postkantoor, terwijl Aaltjes vader een artistiek beroep had. En een eigen zaak in een statig grachtenpand.  Ik groeide op in een traditioneel en burgerlijk milieu, Aaltje in het bruisende hart van  de Amsterdamse grachtengordel. Met een uitbundig uitgaansleven. Je zou het  een multiculturele echtverbintenis kunnen noemen.  Die soms grote culturele verschillen maakten het niet altijd makkelijk. Maar we werden daardoor ook  uitgedaagd en verrijkt. 

De eerste jaren van ons huwelijk  stonden sterk in het teken van het krijgen van kinderen. Zij zijn in letterlijke zin de belichamingen van ons verlangen naar liefdevolle verbondenheid en gezelligheid.Wij hadden toen een traditionele  rolverdeling: Aaltje huisvrouw en ik kostwinner.  Aaltje stond er vaak alleen voor, ik moest  de kost verdienen en studeren om hogerop te komen.  Na verloop van tijd begon dat bij Aaltje behoorlijk te wringen: alleen huisvrouw zijn legde haar te veel beperkingen op.  Zij ging weer naar school en werkte jaren als maatschappelijk werkster.

Ik ga afsluiten. Niet omdat mijn verhaal uit is,  maar omdat mijn tijd om is. Alleen nog dit. Andere mensen kruipen bij een ernstige ziekte en het vooruitzicht van een spoedig sterven in hun schulp. Maar Aaltje niet: zij kon door haar openheid en  lichtvoetigheid  veel lichtheid aan haar bestaan geven. En daardoor ook lichtheid aan het bestaan van mij,  van onze kinderen en aan dat van vele  andere mensen.

Dit is leven in wijsheid. Dit is tastbare levenswijsheid.  Dit is leven.