Kleinzoon Lode van zes kwam mij, samen met zijn moeder, een kunstwerk brengen. Het plak- en tekenwerk is prachtig, maar nog mooier is het zelf verzonnen verhaaltje dat hij aan mamma gedicteerd heeft. Het gaat zo:

Lieve Oma Aaltje, ik zal je een mooi verhaal vertellen. Het heet: Prinses Vlinder.
Prinses Vlinder woonde in een groot paleis. Zijn koning heette Argitië en de koningin heette Roses. Op een dag gingen Roses, Argitië en prinses Vlinder op stap. Ze gingen naar de bossen. De bossen dat is een bos. Ze gingen daar denneappels zoeken, kristallen en spijkertakken. En de spijkertakken hingen ze aan het plafond en de denneappels zetten ze daarop. Het was een heel mooi paleis. En de koning had ook zijn stoel versierd. En ze leefden nog lang en gelukkig. Liefs, Lode

Over de spijkertakken hebben we natuurlijk nog een poosje nagepraat want die kende ik niet.

Toen ze weggingen zei Marijke: “Geef oma maar een kus”. Lode ging bij mij op het voeteneind van het bed liggen en had daar duidelijk geen zin in. Ik vroeg: “Heb je geen kussen meer?” Schuine blik, dat was natuurlijk een prima oplossing, “Nee” dus. “Weet je wat”, zei ik, “ik heb nog wel een kus over, dan heb jij er ook weer een. Die moet je dan niet meteen weer weggeven natuurlijk, anders heb je weer niks”. Mijn kus werd in ontvangst genomen. Wegdraaiend zei hij: “Maar ik heb nog wel een kushandje”. Die kreeg ik bij de deur