Annemieke en Marijke kwamen gisteren allebei terug van vakantie. In de namiddag kwamen ze ook even langs. Fijn dat ze op vakantie gegaan zijn, erg fijn dat ze weer terug zijn.

Gisterenmorgen voelde ik me niet goed, mijn benen deden pijn en ik had een opgeblazen gevoel. Het ging ook niet over. Toen ik in het, door Mark en Thijs, omgedraaide bed in de serre wilde gaan liggen, kwam ik tot de ontdekking dat dat niet zo makkelijk ging. Ik had daar niet bij stilgestaan, maar ik stap altijd met mijn linkerbeen in bed. Het is makkelijk te onthouden nu ik het me eenmaal realiseer: ik stap met mijn goede been ìn bed en met mijn verkeerde been úit bed. Nu het bed beneden gedraaid was, had ik moeite om erin de komen. Het ging natuurlijk wel maar het was pijnlijker dan nodig is.

Opnieuw het overige meubilair uit de serre. Het bed kan er namelijk alleen draaien als er niets anders staat. Nu staat het bed voor de openslaande deuren en kan ik zowel naar binnen als naar buiten kijken. Niet al te dikke mensen kunnen nog langs het voeteneind naar buiten en de zonwering kan nog bediend worden. Er kunnen alleen geen twee luie stoelen meer bij het bed staan. De minst luie bezoeker moet op een hoge stoel. Of eigenlijk de bezoeker met de dikste billen want Herman moet in de kussens.

Nadat ik gisteren in het gedraaide bed, met m’n blinddoek om, een poosje goed geslapen had, was ik ook wat opgeknapt. Zelfs nog een ommetje gemaakt na het eten, Marijke liep even mee.

Ik heb de gegevens klaarliggen, ik ga straks bellen met het ziekenhuis. Die drainage moet nu zo snel mogelijk. Als de oncoloog gelijk heeft zou het dinsdag kunnen, we wachten af.