Volkomen onkundig van de werking van het menselijk lichaam in relatie tot de gevoelde behoefte aan een speciaal soort voedsel opperde ik in mijn vorige bijdrage de mogelijkheid dat een tekort in het lichaam van een bepaalde stof automatisch leidt tot het signaal aan het brein:  “Jij moet nu voedsel eten waarin die bepaalde stof zit.”  ( Ik stelde toen vast dat dat automatisme bij mij niet goed werkt, wellicht als gevolg van de ervaringen uit de Hongerwinter. )  Wat blijkt?   Er is inderdaad een verband tussen bepaalde tekorten in het lichaam en de trek in bepaald voedsel.  Denk ook aan zwangere vrouwen, die plotseling hevige trek hebben in zure augurken. Ik citeer uit de Van der Leeuw-lezing van Alain de Botton (De Volkskrant, 31 oktober 2009, p. 37): “Zoals ons lichaam meestal weet wat het nodig heeft om gezond te zijn en ons daarom naar gerookte vis trekt als het een natriumtekort heeft of naar perziken als de bloedsuikerspiegel te laag is, zo mogen wij volgens de theorie ook van onze geest verwachten dat hij beseft waarnaar we moeten streven om tot bloei te komen.”

De Zwitsers-Britse filosoof De Botton raakt hier de kern van levenswijsheid: vertrouw op de signalen van je lichaam en van je geest en handel daarnaar. Dan zal het goed met je gaan.  De Botton geeft dus twee wijze levenslessen:  1) Eet waar je lichaam op dat moment behoefte aan heeft.  2) De geest drijft ons van nature tot bepaalde carrieres en projecten zodat we tot bloei komen.

“Goed leven”  is dus eigenlijk eenvoudig: gedraag  je  naar de signalen van lichaam en geest, en je zult gelukkig zijn.