We vinden het allebei prettig om met het raam open te slapen, maar ik heb het nu af en toe koud. Ik had al verschillende maatregelen genomen, zoals winterdekbedden, een dikke pyjama en bedsokken. Sinds vorige week zet ik ’s nachts ook maar een muts op. Jawel, een slaapmutsje.

Evengoed had ik het af en toe nog koud en kon ik daardoor niet goed in slaap komen. Iets weerhield mij om nog drastischer maatregelen te nemen. Toen ik eens goed nadacht over wat mij weerhield, kwam er een oud stemmetje uit het verleden tevoorschijn. Dat stemmetje zei: “Wat moet je dan nog als het ècht koud wordt?”

Herman heeft zo’n stemmetje niet, die zorgt altijd dat hij het warm heeft. Die doet desnoods in de zomer een  thermo-onderbroek aan. Inmiddels heb ik besloten om mijn stemmetje te antwoorden: “Dat zien we dan wel weer!” Ik vind dat een redelijk antwoord maar wat nog belangrijker is, ik ben de baas over mijn stemmetje.

Dus bovenop het winterdekbed nog een lekkere dikke slaapzak gelegd en een stuk beter geslapen.