Ik moet jullie wat bekennen. Maanden geleden betichtte Aaltje mij er terecht van dat ik bij het kuisen van het huis de spinraggen liet zitten.  Ik heb mij toen proberen te verdedigen met de stelling dat spinnen een nuttige functie vervullen, want zij  eten nare insecten op. Dat leek mij toen een goed verdedigbare stelling.   Maar die stelling berustte op een leugen:   ik had eenvoudig geen oog voor wat zich boven ‘ooghoogte’  bevond.   Sindsdien heb ik mijn leven gebeterd en kuis het huis zo goed als ik kan.

Gelet op de vatbaarheid van Aaltje voor infecties in een deel van de periode tussen twee chemokuren, en de mogelijk ernstige gevolgen daarvan,  gedraag ik me bij tijd en wijle als iemand met een pathalogische smetvrees.  Van de vroege ochtend tot het moment waarom ik mij te ruste begeef ben ik dan druk in de weer met allerlei middelen om de huiselijke hygiëne op een maximaal niveau te handhaven. 

Eerder heb ik geschreven over mijn betrokkenheid als mantelzorger bij alles wat met het verstrekken van voedsel en drank heeft te maken: vanaf het opstellen van een boodschappenlijstje tot en met het uitruimen van de vaatwasmachine. Nu wil ik het met jullie hebben over een ander hoofdstuk uit het in wording zijnde  “Handboek Mantelzorger”. De werktitel van dat hoofdstuk is “Schoonmaken en opruimen”.   (In voorbereiding is een derde hoofdstuk: de betrokkenheid van de partner bij alles wat er zich op medisch gebied  afspeelt. Of juist niet.  Even een voorproefje: er is nog geen EPD, waardoor wijzelf  de coördinatie tussen specialisten ter hand hebben moeten nemen. En dan te weten dat 10 % van de artsen een alcoholprobleem heeft.  Het wordt een enerverend verhaal, niet geschikt voor bange mensen.)

Het schoonmaken raakt aan alles wat er in huis is en wat er in huis binnenkomt.  Met het risico dat ik bezoekers vooral beschouw als potentiële ziekteverwekkers, vooral in tijden van griep.  Desondanks heet ik ze hartelijk welkom, en dat meen ik ook.  Je begrijpt mijn gespletenheid in deze.  Mijn reinheidsmanie probeer ik onder controle te houden, maar dat staat dan weer op gespannen voet met de vrees dat Aaltje wordt besmet.   In psychologische zin bevind ik mij in een spagaat.   Terugkijkend op een lange periode van schoonmaken valt het mij op hoeveel er moet worden (af)gewassen.  Ga maar na, goed beschouwd eigenlijk alles en iedereen.  Het hele interieur, de kleren, het beddengoed, het keukentextiel,  het keukengerei en het servies. Vooral de contactpunten hebben mijn aandacht: deurkrukken, de trapleuning, lichtknopjes, armleuningen, wc-brillen. Om gek van te worden.  Het liefst zou ik elke bezoeker eerst een stevige wasbeurt willen geven.  En speciale, ontsmette kleding met mondkapje.

Bij schoonmaken hoort ook opruimen.  Een aantal activiteiten  die niets met de mantelzorg te maken hebben probeer ik zo goed mogelijk voort te zetten, en dat betekent een papierwinkel. Bedenk wel dat ik het zonder een documentaliste, zonder een archivaris, zonder een bibliothecaris, ja zelfs zonder een ICT-er moet doen.  Om over een typiste of boekhouder maar te zwijgen.  Kranten lees ik zorgvuldig en zonodig reageer ik op bepaalde beweringen.   Ik volg twee HOVO-cursussen tegelijk wat de verplichting tot lezen meebrengt, vaak in teksten in vreemde talen.  Op mijn manier bevorder ik de vrede.  En voor mijn geestelijke hygiëne is het lezen van goede boeken onmisbaar, juist in deze hectische tijd.

De boel aan kant houden, dat is dan gewoon een zware opgave.  En veruit het belangrijkste is de boel aan kant te houden in mijn hoofd; mede dankzij onze psychologe lukt me dat tot nu toe trouwens heel goed.  Op de vraag van velen hoe het nu met mij  gaat kan ik dan ook naar waarheid antwoorden: goed !  De laatste tijd had ik lichte pijnscheuten in mijn rechterslaap; desgevraagd ried mijn huisarts mij aan het wat kalmer aan te doen. Zij heeft gelijk, ik heb de onweerstaanbare neiging om te veel te doen. Zoals de neiging om mijn sores op deze weblog te schrijven.

In de krant van 16 november stond een grafiek waarin de zwaarte van de verschillende beroepen in beeld was gebracht. Eigenlijk gaat mij dat niet meer aan, want het gaat alleen over mensen tot 67 jaar. Als ik alle taken van een mantelzorger bij elkaar optel dan kom ik, kort gezegd,  tot de slotsom dat doorwerken na je 65ste onverantwoord is.  Als mantelzorger dan. Ga maar na: schoonmaken (vrij zwaar), koken (nog zwaarder en psychisch belastend), bejaardenverzorgen (gemiddeld), ziekenverzorgen ( psychisch zeer zwaar, lichamelijk vrij zwaar).  En dat geldt natuurlijk allemaal voor mensen die daarvoor zijn opgeleid.  Ook interessant om te weten: als ik  vroeger behoorde tot de kantoorbedienden, dan was mijn werk licht in beide opzichten.  Terwijl ik daar goed voor werd betaald.  Nu verrricht ik als bejaarde en  ongeschoolde vele (middel)zware taken tegelijk, zonder betaling, althans zonder betaling in geld.  Daar staat tegenover dat ik  rijkelijk word beloond door ‘waardering’.   Ik ben dus een gelukkig mens.