Ik wil jullie vertellen over wat ik gistermiddag samen met al mijn (vier)  broers en (vier) zussen heb ervaren in het Hospice in Sassenheim, waar mijn twee jaren jongere zus  Elly nu verblijft, in afwachting van haar spoedig te verwachten levenseinde.  Ik vertel daarover in woorden uit onze rijke en dierbare katholieke traditie.  Mij daarbij realiserend dat het voor degenen die niet in die traditie zijn opgegroeid vervreemdend en moeilijk begrijpelijk kan zijn. Tegen diegenen wil ik graag zeggen:  het gaat in wezen om vragen die ieder mens ten diepste raken.  Nu,  of pas op het moment waarop je wordt geconfronteerd met het vooruitzicht van het verlies van iemand die je dierbaar is. 

In gewone taal spreken over zulke vragen is wel mogelijk, maar daarmee praat je al gauw langs de kern van de grond van ons bestaan heen. Vragen als:   wat of wie is mijn oorsprong?   Wat doe ik hier in vredesnaam, waartoe ben ik hier, wat is de diepste zin (is er wel een zin?), wat is mijn bestemming,  wat is mijn uiteindelijke doel?  “Waarvan men niet kan spreken moet (muss) man zwijgen.”   Maar het hoeft niet bij  zwijgen te blijven, niet-praten betekent namelijk niet per se  het ontstaan van een lege, betekenisloze ruimte. Juist door te zwijgen kan er ruimte ontstaan om diepe gevoelens en existentiële ervaringen een kans te geven en  die, door  samen te zingen,  tot uitdrukking te brengen, en daardoor samen te delen. Dat biedt vertroosting en bemoediging. Niet alleen aan Elly in haar laatste levensdagen, maar zeker ook aan ons die verdrietig zullen achterblijven.

Het was een intieme samenkomst, een  ‘concilie’.   Er werd gelukkig  nauwelijks gesproken, maar wel gezongen: de adventshymne “Rorate caeli”  die wij zongen terwijl wij in processie Elly’s kamer betraden.  Daarna hebben we een paar liederen gezongen die Elly heel graag wilde horen, en voorzover nog mogelijk,  natuurlijk wilde meezingen.  Zoals het eerder genoemde lied “Ultima in mortis hora”.   Een samenkomst, een concilie  als deze  brengt ook  re-concilie, het opnieuw samenkomen in overdrachtelijke zin.  Reconciliation (Frans en Engels)  betekent:  verzoening.  Sub specie aeternitátis  (voetnoot),  bezien in het Licht van de Eeuwigheid, wordt alles nieuw.   Voor Elly betekent dit:  het leed is geleden, de strijd gestreden.  De afgelopen tijd heeft zij mij en anderen verteld over haar hoop.  Ik geef het weer in mijn woorden:  met een in het geloof verankerde hoop  ziet zij uit naar het moment waarop zij zal worden opgenomen in Gods heerlijkheid.  Het geeft mij een goed gevoel dat wij Elly met z’n achten en  op onze eigen manier  hebben  kunnen begeleiden bij  haar voorbereiding op haar sterven.  Er is nu een nieuwe traditie ontstaan die hopelijk  zal worden voortgezet.  

Dit zijn klassieke katholieke  woorden, niet iedereen zal dit zo verwoorden, lang niet iedereen zal dit zó kunnen begrijpen of aanvoelen.  Ik realiseer mij dat deze woorden zelfs weerstanden kunnen oproepen.  Toch  raken zij  aan wat bijna onzegbaar is en wat voor iedereen van levensbelang is, al dan niet over de grens van leven en dood heen.

(Voetnoot)  uitspraak van ‘specie’   (letterlijk:  gezichtspunt)  spéésiejee.