Onze zeven kleinkinderen kunnen goed met elkaar overweg. De drie oudsten maken samen muziek en praten met elkaar en mee met de volwassenen. De vier kleintjes zijn zo op elkaar gesteld dat ze meteen gaan gillen van plezier als ze elkaar zien. Thijs hoort bij de groten maar vormt af en toe een brug tussen groot en klein. Hij stort zich in het gewoel en moet omgegooid worden of wakker gemaakt terwijl hij doet of hij slaapt. Thijs speelt rugby, dat zegt wel iets in dit verband. Het gegil wordt er niet minder van. Af en toe moet er een huilen maar eigenlijk opvallend weinig als je je voorstelt wat er zich allemaal afspeelt. Het is vooral dikke pret.

Verjaardagen zijn dus niet rustig. Liesbeth vierde haar verjaardag in haar huisje in Leiden. Dat is fijn voor ons omdat we dan niet helemaal naar Benningbroek hoeven te rijden, maar de ruimte is beperkter. Al in een vrij vroeg stadium was bepaald dat lawaai alleen mocht in Liesbeth’s slaapkamer. Het werkte, wij konden een normaal gesprek voeren, af en toe onderbroken omdat we toch echt moesten weten hoe leuk iets was. Toen wij vertrokken was de slaapkamer een puinhoop maar op het eerste gezicht was er geen blijvende schade aangericht.

Ik was vaak het enige kind op verjaardagen en zat me dan onder de tafel erg te vervelen. Verjaardagen waar ook andere neefjes en nichtjes waren, waren meteen een stuk leuker vooral omdat er niet op ons gelet werd door de volwassenen. We maakten er dus ook een puinzooi van.

Alle begrip dus,  maar twee verjaardagen in een week is wel weer even genoeg.