De uitslag van gisteren heeft nogal invloed op mijn stemming. Ik ben somber. Plezier over kleine stapjes in het normale bestaan wordt overschaduwd. Ik val straks weer een eind terug. Weer kaal worden staat me nog het meest tegen.

Tegengas is nodig en dan vooral van binnenuit. Pas in de tweede helft van april wordt duidelijk wat me aan behandeling geboden wordt. Er is nu al twee keer gezegd dat het niet aankomt op een paar maanden of zelfs op een half jaar. De gynaecoloog zei gisteren: “Vroeger behandelden we vooral de aandoening, nu behandelen we de patiënt”. Zolang ik mij goed voel en een normaal leven kan leiden, kan de behandeling in de kast blijven. Ik kan zeggen:  doe de chemo maar pas na de zomer.

Maar de twijfel over het goed voelen zal blijven en erger worden. Ik denk nu al: “Ben ik nu nóg kortademig of wéér kortademig?” Ik kan me ook voorstellen dat ik op een gegeven moment ga denken: “Kom nu maar op met die chemo, dan heb ik dat ook maar weer achter de rug”.

Mijzelf aan de haren uit het moeras trekken, wil ook al niet zo erg met die anderhalve centimeter haar.

Weet je wat, ik ga de wasmachine aanzetten, mij aankleden en daarna boodschappen doen. De gewone dingen, dat helpt mij het best om uit de somberte te komen.