Het moet niet gekker worden. Vanmorgen bracht ik een bezoek aan de apotheek, met in gedachten hetgeen mij de komende tijd en de tijd dáárna te wachten staat. Bezorgd dus, zowel over Aaltje als over mijzelf.
In de apotheek werd ik te woord gestaan door de vrouwelijke apotheker zelf, een pinnige tante met een stuurse blik. En boven die stuurse blik…… een fel oranje petje! Nou vraag ik je: “Ben ik nou gek of al die andere mensen?”

Er is allerwege kritiek op ons zorgstelsel. Over de gegrondheid van die kritiek kan ik niet oordelen, ik beschik alleen over toevallige, persoonlijke indrukken. Het gaat in een apotheek letterlijk over kwesties van leven en dood. Invoelend en meevoelend vermogen van het dienstdoende personeel is dan ook een eerste vereiste. Met zo’n raar oranje petje op denk ik: ze heeft haar hoofd méér bij de jongens die ergens, ver weg, een partijtje voetbal spelen dan bij mij, een kwetsbare partner van een nog kwetsbaardere vrouw. Vallen apothekers ook onder de rechtsmacht van de medische tuchtcolleges?

PS Aaltje’s parkeervergunning, die blijkens een aan haar gerichte brief voor haar zou klaarliggen, hebben we nog steeds niet. En we hebben ook anderszins nog niets van de gemeente gehoord. Het wordt tijd voor een mailtje aan de fractieleidster van mijn partij, die sinds kort in de oppositie zit. Net voordat ik afsluit komt er een telefoontje: duizend excuses, de schuldbewuste medewerkster komt de parkeervergunning onmiddellijk persoonlijk brengen. Nog vóór we straks naar het ziekenhuis gaan. Als gemeente-ambtenaar (lang geleden) zou ik in zo’n geval hetzelfde hebben gedaan.