Volgens de telling van WordPress is dit het vijfhonderdste stukje dat op de weblog gezet wordt. Ik zou er graag een goed glas wijn op drinken, maar in combinatie met morfine heeft niemand daar plezier van. Ik al helemaal niet.

Er zijn verschillende andere onderwerpen trouwens:

Parkeerkaart
Vrijdag had ik een brief ontvangen van de afdeling Wmo van de gemeente met de mededeling dat ik persoonlijk mijn parkeerkaart voor invaliden (heet anders) kon komen ophalen. Tijden erbij, het kon alleen ’s morgens. Wij gisterenmorgen naar het gemeentehuis, Herman achter de rolstoel en ik erin. Op de afdeling burgerzaken bleek de kaart er niet te zijn en de mevrouw die erover ging werkte niet op maandag! De mevrouw achter de balie had een herhaalzinnetje geleerd voor vervelende sitaties waar ze zelf niets aan kon doen. Het woord ‘sorry’ kwam daar niet in voor. Ik was boos en heb thuis gelijk een brief geschreven naar het hoofd van de afdeling Wmo. Dat zijn nota bene mensen die de hele dag voor mensen werken die een of andere beperking hebben. Ze moeten zich realiseren dat dat kwetsbare mensen zijn die je niet van het kastje naar de muur moet sturen. Herman heeft de brief gelijk naar het gemeentehuis gebracht, zo kwetsbaar zijn we nou ook weer niet.

huisarts
De huisarts kwam in de loop van de middag. Hij heeft mij op de pijnlijke plekken beluisterd en dacht niet dat er veel extra vocht zat. Het minder kunnen eten en de inmiddels ook verminderde trek in eten, weet hij aan het hele proces van achteruitgang. Met de pijn zal ik zelf een weg moeten vinden. Ik mag naast de pleister nog een aantal morfinepillen slikken, maar ik moet zelf uitvissen of de pijn daar erg genoeg voor is.
We waren met z’n tweeën en hij opende zelf het gesprek over de laatste periode. Het was een goed gesprek. Ik wil geen euthanasie, dat is duidelijk. Ik wil ook niet in hevig lijden aan mijn eind komen. Hij legde grondig uit hoe het meestal gaat.
Palliatieve sedatie is een uiterste mogelijkheid, je wordt dan in een diepe slaap gebracht waaruit je niet meer ontwaakt. Voor de nabestaanden geen prettige methode, want er kan een behoorlijk lange periode zitten tussen het inslapen en het overlijden. Hij verwacht in mijn geval dat het langzaam afneemt, steeds vermoeider, steeds minder eten en drinken. Hij vertelde dat hij dan bij pijn of benauwdheid iemand soms voor korte tijd in slaap brengt. Bij ontwaken blijkt dan hoe de situatie dan is. Hij sprak geruststellend over zo’n laatste periode, zeker als je thuis kunt blijven. Op mijn vraag over benauwdheid zei hij: “Je hebt dan maar zo weinig zuurstof meer nodig, alle functies vertragen gewoon”. Ik was blij met het gesprek, ik was er al vanuit gegaan dat ik veel aan hem zal hebben tot het laatst, en dit gesprek bevestigde dat.
Beneden verslag doen van het gesprek aan Herman en Marijke die er was, was natuurlijk emotioneel. Ik was toch blij dat ik tijdens het gesprek zelf met de arts alleen was.

Wijkverpleging
Op aandringen van Annemieke heb ik een afspraak gemaakt met iemand van de wijkverpleging. Er komt straks iemand en Annemieke zal daar ook bij zijn. Af en toe valt de verantwoordelijkheid voor mijn eigen lijf me zwaar. Opletten op veranderingen, morfinepleisters plakken, andere medicijnen uitzetten, soms is gewoon douchen me eigenlijk teveel. We gaan straks bespreken wat de wijkverpleging over kan nemen.

Longarts
En dan vanmiddag naar het ziekenhuis, eerst foto’s laten maken en dan naar de longarts. Het is veel, aan ziekzijn heb je je handen vol en vrije dagen zijn er niet bij.