Vanmorgen beroerd wakker. Ik ben zó slap. Het is inmiddels bijna gelukt om alle medicijnen naar binnen te krijgen en wel vier theelepels yoghurt als ontbijt. Met een extra oxazepam heb ik in ieder geval nog een uurtje rustig geslapen. Dat de behandeling alsjeblieft een beetje zal helpen, dit is helemaal niks.

Ik realiseer me ook dat ik weer terug zal komen op dit punt, het produceren van vocht wordt alleen maar erger. Ik kan me hooguit voornemen om eerder aan de bel te trekken. Ik kan het vanmorgen niet positiever maken.

Annemieke brengt me naar het ziekenhuis en Herman haalt me op.