Omdat de zondag een rustdag is, heb ik alles héél kalm aan gedaan. En ik deed twee dingen die al heel lang lagen te wachten op actie. Ik heb in de tuin de struiken gesnoeid waarvan ìk vind dat ze op een bepaalde manier gesnoeid moeten worden. Ik had dat liefst al eind december gedaan maar toen kon ik het nog niet. Herman ruimde het snoeisel achter mij op, dat scheelde voor mij een hoop werk. Herman snoeit de heggen en het groen dat in de weg hangt. Ik heb een bepaalde opvatting over het snoeien van bloeiende struiken en de appelboom. Die opvatting blijkt lastig overdraagbaar. Als ik het op mijn manier wil, moet ik het zelf doen. Ik ben rigoreus te werk gegaan, in de loop van het jaar zal wel blijken of het goed uitpakt. Er bloeit nog niks maar er komt al wel het een en ander boven de grond uit en er zitten dikke knoppen in de camelia’s,  in ieder geval beloften voor bloei.

Het tweede is dat we in de slaapkamer de sporen van de ziekenkamer hebben uitgewist. Geen pillendoosjes meer, de televisie weer in de kast en de boeken en tijdschriften opgeruimd. Alle kaarten en tekeningen van de kastdeur afgehaald. Voorlopig zitten ze in een grote tas, te mooi en te dierbaar om weg te doen. De slaapkamer is weer alleen slaapkamer. Het geeft een goed gevoel.

Straks spullen pakken en dan naar Mill waar we voor deze midweek een appartement hebben. De laptop gaat mee, het zal wel blijken of ik hem kan gebruiken daar. Volgens de informatie wel, maar dat is al vaker onjuist gebleken. We zien wel, ik heb er zin in.