Al of niet naar de markt is een soort graadmeter geworden van hoe het met me gaat. Gisteren achter mijn boodschappenwagentje helemaal gelopen. Op de heenweg samen met Herman, terug alleen.

Herman moest iets hebben bij onze kapsalon en terwijl hij bij de kassa bezig was liep ik even door naar Ostara, mijn kapster. Ze was druk bezig kinderhaartjes te knippen. Ze zag me pas toen ik al vlak bij haar stond. Ik wees op mijn korte haar. Ze was helemaal enthousiast en begon gelijk door mijn haar te woelen: “Wat leuk, wat dik, krullen!”, riep ze. “Je mag het zo houden”, zei ik. Nou, wel iets langer graag, maar dat dacht ik terwijl ik de zaak uitliep. Met een tevreden gevoel ging ik verder de markt op.

De markt is gezellig hier, overzichtelijk. Even mijn vaste rondje gemaakt: de groenteboer, de visboer, de poulier en bloemen. Op de terugweg zelfs nog even naar de supermarkt aan het begin van onze straat.

Het is zo’n cirkelgang; als ik me niet goed voel blijf ik maar een beetje rondhangen en ga ik me steeds minder goed voelen. Voel ik me wat beter en ga ik naar buiten, voel ik me daarna nog beter. Ook weer niet overdrijven, eenmaal moe is èrg moe.