In het verleden had ik een nogal simpel idee van de inhoud van het werkwoord ‘zorgen’.  Maar na vele maanden ervaring met mensen die voor Aaltje zorgen is mijn beeld van zorgen een stuk minder eenzijdig.  Er komt heel wat meer bij kijken dan ik destijds in mijn onwetendheid dacht.  Bij zorgen moest ik toen vooral denken aan het routinematig verrichten van allerlei zorghandelingen,  volgens vastomlijnde protocollen.  De werkelijkheid is totaal anders, met grote gevolgen voor het beroep dat op zorgverleners wordt gedaan.

De zorg moet worden verleend in een voortdurend wisselende situatie. Telkens opnieuw moet er op een creatieve en inventieve wijze worden ingespeeld op  de behoefte van Aaltje zoals die  zich  op dát moment aandient.  Elke dag is anders.  Hoe voelt Aaltje zich? Heeft ze goed geslapen?  Heeft ze trek? Of pijn?  Waar heeft ze nu zin in?  Wil ze bezoek ontvangen?  Zo ja van wie?   (En  dus van wie niet?)  Is het bed nu nog wel goed?  En wanneer zal dat niet meer het geval zijn?   Tientallen vragen, de hele dag door,  waar soms makkelijk en soms met moeite een goed antwoord op te vinden is.  Niet voor niets komt de huisarts iedere week en de wijkverpleegster elke dag. 

Maar dat zijn professionals, die er maar af en toe zijn. Terwijl de behoefte aan zorg permanent is.

Noodzakelijk voor een goede zorgverlening is toewijding.  Maar dat is niet voldoende.  Wat ook noodzakelijk is dat is kennis van zaken, vakbekwaamheid,  het vermogen om zo nauwkeurig mogelijk in te spelen op steeds wisselende omstandigheden.  Er moet een goede balans worden gevonden tussen  re-actief handelen (inspelen op wat Aaltje wil) en pro-actief handelen (bedenken wat Aaltje nu of binnenkort nodig zal hebben).   Het pro-actieve handelen mag natuurlijk niet ten koste gaan van de eigen wensen van Aaltje. De antennes moeten dus voortdurend goed op haar (soms zwakke) signalen zijn afgestemd. 

Op het eerste gezicht is toezicht op de medicatie eenvoudig: controleren of Aaltje op tijd haar medicijnen inneemt. Ook hier is de werkelijkheid totaal anders. Steeds opnieuw moet er naar bevind van zaken worden gehandeld.   Als Aaltje lang slaapt en daardoor een pil niet op tijd heeft kunnen innemen, schuift het schema dan op, sla je gewoon een keer over of  kies je een andere oplossing?  Voortdurend moet erop worden gelet wat Aaltje zelf zegt over de impact van medicijnen, zodat de medicatie misschien moet worden aangepast. Zijn er bijwerkingen?  Kan daar wat aan gedaan worden?  Veel  vragen, waar telkens een goed antwoord voor gezocht moet worden. In goed overleg.

Samengevat: het verlenen van goede zorg vergt veel van mensen.  Communicatie is een voorwaarde voor een goede  fine tuning tussen zorgbehoeften en zorghandelingen.

Toewijding is, zoals gezegd een noodzakelijke, maar niet een voldoende voorwaarde voor goede zorg. Als toewijding alleen voldoende zou zijn, dan zou ik het in beginsel wel alleen kunnen. Maar daar is nu geen sprake van: zonder Margo en zonder de kinderen zou ik het absoluut  niet redden.